Voeding                   alle foto's op deze pagina zijn eigendom van van Vlerckensteyn
12 jaar geleden liepen we tegen het probleem aan dat onze zwarte Duitse Herder Onyx zeer ernstige diarree had, die maar niet over wilde gaan. Onderzoeken wezen niets uit, dieetvoer en medicijnen hielpen niet. Toen ik na twee jaar tobben ten einde raad was. adviseerde iemand mij om Onyx op vers vlees voer te zetten en het wonder geschiedde.... enkele dagen later stopte de diarree... voorgoed.
Voor ons een reden om al onze honden over te zetten op vlees ipv droogvoer. Aanvankelijk hebben ze enkele jaren diverse soorten KVV gegeten, maar uiteindelijk raakte ik gefascineerd door de BARF methode van Billinghurst en nog later door het voederen van prooidieren, dwz het gehele dier met huid en haar, een methode die ik later omschreven vond door Lonsdale.

Momenteel krijgen onze honden een mix van KVV, BARF en prooidieren en dat bevalt zowel onszelf als de hondjes uitstekend. Het is en blijft geweldig om de hondjes zo te zien genieten van hun eten. Het is immers veel bevredigender om met z'n allen een penslap van 18 kilo te verscheuren en weg te werken of uren aan een groot bot te knagen dan elke dag maar weer een bakje droge brokjes te eten.



Onze pupjes beginnen op de leeftijd van 3 weken met een mengsel van KVV en wat puppymelk, na een week krijgen ze uitsluitend nog KVV. Op de leeftijd van 5 weken beginnen we met hun eerste rauwe maaltijden in de vorm van kipkluifjes en karkasjes en nog wat later krijgen ze hele kippen en eenden. Het is schitterend om mee te maken hoe de kleine pluizige bolletjes opeens veranderen in echte roofdiertjes. Op de leeftijd van 7 weken zetten we ook brokjes neer, zodat ze in iede rgeval weten wat dat is, want niet al onze puppyouders zijn bereid hun hondenkind op vers voer te zetten, maar gelukkig is de groep die dat wel doet almaar groeiend.
Het gevolg van deze manier van opfokken is dat onze puppen heel gelijkmatig groeien en een veel hoger gewicht hebben dan onze puppen hadden toen we nog brok voerden. Onze moeders geven veel meer en betere melk en herstellen na de dracht en de zoogperiode aanmerkelijk sneller en beter van hun zware taak. Ik vind het dan ook geweldig dat steeds meer fokkers het vers vlees voer voor hun honden ontdekken en er enthousiast over zijn, dat is een enorme verbetering tov 12 jaar geleden, toen practisch iedereen me voor gek verklaarde omdat ik mijn honden geen brokken meer te eten gaf!



Waarom rauwe botten met vlees?

In rauwe botten met vlees zitten bijna alle voedingsstoffen die een hond nodig heeft. Het is de basis van de BARFmethode van voeren.
In de botten zit voldoende kalk plus andere mineralen en vitamines voor een goede opname. In het vlees zitten eiwitten van een goede kwaliteit.
In de botten zitten bijna alle aminozuren die het eiwitpatroon compleet maken behalve methionine - dit zit in het vlees dat erbij hoort.
In het vet van rauwe botten net vlees, vooral kip en varken, zitten veel essentiële vetzuren.
Ook de in vet oplosbare vitamines A, D en E zijn ruimschoots aanwezig, behalve in varken dat geen vit A bevat.
Beendermerg van jonge botten is een goede voeding voor de bloedaanmaak en de weerstand.
Een bot is levend weefsel met levende cellen waarin minerale eiwitten, vet en in vet oplosbare vitamines A, D en E, essentiële vetzuren en voedingsmiddelen die nog niet ontdekt zijn. 




Welke botten met vlees?

Kip/gevogelte. Uitgebeende kipdelen in combinatie met vlees van andere dieren, hele kip, kipdelen met vlees. Idem dito voor kalkoen, duif, kwartel, parelhoen, eend enz.
Herkauwers. Schaap, koe, geit enz. Delen ervan. Je kunt ook een heel schaap kopen, in porties kappen en invriezen.
Knaagdieren. Konijn, haas, rat enz. In zijn geheel als maaltijd of in stukken.
Wild. Hert, ree enz.
Vis. Sardien, makreel, kabeljauw, wijting enz. Hele vissen met ingewanden, koppen of stukken vis.
Varken. Als je stukken van wilde varkens kunt krijgen, vraag je eerst naar de keuringspapieren. In België heerst nog steeds Ziekte van Aujezsky.

Voer bij voorkeur:
Jonge dieren.
Niet-dragende botten zoals nek, rug, staart, ribben.
In stukken gezaagde dragende botten, zodat de tanden niet slijten of breken.

Hele dieren
Kleinere dieren zoals konijn, kip, kalkoen, eend, kwartel, rat, duif enz. kunnen in zijn geheel gevoerd worden als maaltijd. Met huid, haar en ingewanden. Niet alle honden eten de ingewanden.

Grotere dieren zoals jonge schapen, geiten, kalveren enz kunnen in hapklare stukken gekapt worden en met huid en haar, maar zonder ingewanden, ingevroren worden.

Haren, veren, vacht, pels en dergelijke zijn belangrijk bij de vertering van harde botten. Ze fungeren als verpakkingsmateriaal van onverteerde stukken bot. Deze botten worden in grotere stukken doorgeslikt. Zie ook "Harde botten". 

Harde botten
Het ene bot verteert sneller dan het andere. Hoe harder het bot, hoe langer de vertering. Het heeft te maken met de spijsvertering van de hond. En hoe groot of klein de doorgeslikte stukken zijn.

Sommige honden kunnen botten niet goed verteren als ze voor het eerst rauwe voeding krijgen. Zelfs botjes van jonge kippen kunnen een probleem zijn. Na een paar weken gaat het meestal al stukken beter. Ook dit heeft te maken met de spijsvertering van de hond in kwestie en zijn eetmanieren.

Idem dito met harde botten. Soms past de spijsvertering zich goed aan en worden ze na een maand al veel beter verteerd. Soms blijft de hond stukjes onverteerd bot uitbraken. Op zich een heel gezonde en natuurlijke reactie. Toch is het raadzaam om eens te kijken hoe oud het bot is. Hoe ouder het bot, hoe harder het is en hoe moeilijker de vertering. Ons is altijd verteld dat we zachte botten moeten voeren, die goed verteerd kunnen worden en de harde botten moeten vermijden. Ze dragen het gewicht van het dier en liggen zwaar op de maag. Daarom beginnen veel mensen met nekken, ruggen, vleugels enz.

Na de omschakelingsperiode is het tijd geworden om te werken aan de afwisseling en variëteit. Dan begin je om botten met vlees van andere dieren te voeren. Maar er zijn botten die niet zo geschikt zijn - ze kunnen gevaarlijk zijn als ze splinteren - en zelfs rauwe botten kunnen splinteren. Als je te veel bot tegelijk voert, kunnen de darmen verstopt raken. De splinters kunnen door de darmwand steken - of irritatie veroorzaken. Tanden kunnen breken op de harde botten of slijten tot er niets meer van over is. Er zit een risico aan en het is belangrijk dat je daar rekening mee houdt. Als je denkt dat wilde honden nooit doodgaan aan het eten van botten, heb je verkeerde informatie gekregen, want het kan en het gebeurt.

Bij het voeren van hele dieren kan een belangrijk deel ontbreken. De vacht of pels die mee naar binnen gaat bij het eten. Het is een "grondstof". Een onverteerbaar onderdeel van de voeding, dat tijdens de spijsvertering als een beschermende laag om de botten gaat zitten. Ik heb het resultaat vaak genoeg gezien, bij prairiewolven. Na het opdrogen en vergaan van de ontlasting blijft er een koker van haren over.

Van de grotere prooidieren wordt eerst het vlees en de organen gegeten. Daarna wordt het vlees van de botten getrokken. Kleinere prooidieren worden snel naar binnen gewerkt in grote stukken. Met huid, haar en botten. Juliette Levy adviseerde om zemelen te voeren om dit ontbrekende element aan te vullen. Ik vind dat de structuur van zemelen heel anders is dan die van haren en vacht. De onverteerbare vezels in groente zouden deze functie wel kunnen hebben - maar ik weet niet of dit ook het geval is nadat ze gepureerd worden om ze beter verteerbaar te maken. Het is ook geen goede reden om een groot deel van de voeding te laten bestaan uit groente.

Harde botten en zachte botten - beide kunnen zorgen voor problemen, maar honden kunnen ook problemen krijgen door andere zaken: speelgoed, ondergoed, stenen, stokken, hondenkoekjes en zelfs brokjes. Mijn advies is om eerst vlees of vlees met groente of orgaanvlees met groente te voeren en daarna pas de botten met vlees. Dan heeft de hond al wat in zijn maag en kan hij lekker rustig werken aan de botten. Hoe kleiner de stukjes naar binnen gaan, hoe beter. De botten worden beter verteerd en de kans op het doorslikken van splinters is veel kleiner.

Brenda Hagel - RawDogCanada 

Recreatiebotten
Het ene bot verteert sneller dan het andere. Hoe harder het bot, hoe langer de vertering. Het heeft te maken met de spijsvertering van de hond. Dit zijn de grote, harde, dragende botten van koeienpoten, die je gratis mee mag nemen. De term "recreatiebotten" is ergens op het internet ontstaan. Ze worden gebruikt om de hond een middagje zoet mee te houden.

Ian Billinghurst noemt ze "dinosaurus" botten in GIVE YOUR DOG A BONE. Hij schrijft dat deze grote lange beenderen uit de voor- en achterpoten van koeien hard zijn en moeilijk te verteren: "Daarom kan ik ze niet echt aanbevelen."

In het verleden werden ze aanbevolen door dierenartsen. Die gingen er van uit dat honden deze botten niet konden kraken en dat ze daarom wel veilig waren. Billinghurst zet daar tegenover dat alle botten veilig zijn zolang ze niet gekookt zijn. Ze zijn onderdeel van de natuurlijke voeding van de hond. Dat is de reden waarom ze wel gegeven kunnen worden, maar: "Honden kunnen deze botten wel kraken en eten. Hun tanden slijten en kunnen breken omdat de botten groot, dik en hard zijn."

Het zijn zoethouders voor alle honden en voegen verder geen waarde toe aan de voeding. Hij heeft nog een bezwaar tegen deze botten: "Als de honden 's nachts liggen te schrapen en te knagen aan zo'n bot onder het slaapkamerraam, houden ze mensen uit hun slaap."

Om de tanden van je hond te sparen en toch voedingswaarde uit deze harde botten te halen, kun je de slager vragen om de gewrichten in stukken te zagen en het lange bot in stukjes van 2-4 cm. Het botweefsel in de gewrichten is zacht. De meeste honden knagen het er uit en laten de harde kapjes liggen. In de lange botten zit merg. De honden kunnen dit voedzame vet gemakkelijk uit de stukjes halen. Het harde bot laten ze liggen. 

Rauwe botten en gekookte botten
Rauwe botten zijn levende weefsels met levende cellen. Ze zijn, net als elk ander deel van het lichaam, een bron van veel verschillende voedingstoffen. Eiwitten met mineralen. Vet met in vet oplosbare vitamines. Vitamine A, D en E zitten in het vet in de botten. Het middengedeelte van de botten is merg, een zeer voedzaam mengsel van bloedvormende stoffen en ijzer en koper. Bloed wordt gemaakt in het merg - merg is een deel van het immuun systeem van een dier.

De samenstelling van gekookte botten is veranderd door het verhitten. Ze zijn broos geworden, veel moeilijker te verteren en splinteren gemakkelijk. Veel voedingstoffen zijn verdwenen - essentiële vetzuren, de in vet oplosbare vitamines, antioxidanten en eiwitten.

Gekookte botten die vermalen worden tot beendermeel leveren wel kalk en fosfor, maar veel voedingstoffen die wel in rauwe botten met vlees zitten, zijn vernietigd. 

Kale botten en gekookte botten
Geef nooit kale botten - botten zonder vlees. Honden kunnen hier verstopt van raken. Ook is het aminozurenpatroon niet kompleet. De hond kan de eiwitten niet optimaal benutten.

Geef nooit gekookte botten. De samenstelling van gekookte botten is veranderd door het verhitten. Ze zijn broos geworden, veel moeilijker te verteren en splinteren gemakkelijk. Veel voedingstoffen zijn verdwenen - essentiële vetzuren, de in vet oplosbare vitamines, antioxidanten en eiwitten.

Gekookte botten die vermalen worden tot beendermeel leveren wel kalk en fosfor. Veel voedingstoffen die wel in rauwe botten met vlees zitten, zitten er niet meer in. 

Beendermeel en beenderzaagsel
Beendermeel is een product dat verhit is geweest. Daarom is het niet zo geschikt om te gebruiken in de rauwe voeding van je hond. Er zit wel bot in beenderzaagsel, maar het is moeilijk om in te schatten hoeveel. Er zit ook beendermerg en vlees in.

Gemalen eierschalen zijn ook een kalkbron. Je voegt een theelepel heel fijn gemalen eierschaal toe aan een pond vlees om de kalk/fosfor verhouding te balanceren.

In sesamzaad zit meer kalk dan in melk, kaas of noten. Je voegt 100 gram tahini (gemalen sesamzaad) toe aan 1 kilo vlees.

Het probleem met al deze vervangende middelen is, dat er veel meer voedingstoffen in rauwe botten met vlees zitten. Er is echter niets op tegen om ze af en toe te voeren als extra variatie of afwisseling.

Brenda Hagel - RawDogsCanada.

Beendermerg
De lange botten van zoogdieren bestaan uit drie delen. Het compacte middendeel, de diafyse, het stuk waar het zich verbreedt, de metafyse, en het afgeronde uiteinde, de epifyse. Het middengedeelte van het bot is hol en zit vol beendermerg. Er zijn twee soorten: geel beendermerg en rood beendermerg. Geel beendermerg is bijna alleen vet. Rood beendermerg is vet dat doorweven is met bloedvaten, bindweefsel en bloedvormende cellen. In het rode beendermerg worden nieuwe bloedcellen aangemaakt.

In "jonge" botten zit vooral rood beendermerg. Hoe meer het skelet volgroeit, hoe meer het rode beendermerg wordt vervangen door het gele merg in de lange botten van de ledematen. Bij volwassen zit het rode beendermerg vooral in de ribben, de ruggengraat, het bekken en de schedel.

Brenda Hagel - List Owner RawDogCanada
The Urban Carnivore
http://www.urbancarnivore.com 

Hoe beginnen?
Jonge, gezonde honden kunnen snel overgezet worden. Met een oudere hond kun je beter eerst naar de dierenarts gaan. Soms is het beter om de tandplak te laten verwijderen en infecties te bestrijden met antibiotica voor de overstap.

Begin eenvoudig en met licht verteerbare botten met vlees. Bijvoorbeeld een kippennek of kippenrug. Dit geef je een aantal dagen achtereen, op momenten dat je hond geen eten verwacht - en voordat hij gewend is om zijn eten te krijgen. Het lichaam van je hond heeft tijd nodig om aan het nieuwe voedsel te wennen. Door het nieuwe voedsel te geven op momenten dat hij geen eten verwacht, weet je zeker dat de vertering pas begint nadat het in de maag is aangekomen.

Dit is vooral belangrijk bij honden die hun hele leven brokken gegeten hebben. Hun spijsvertering is ingesteld op het verteren van gekookt voedsel. Voor de vertering van rauw voedsel zijn andere enzymen nodig, die werken in een andere zuurgraad van de maag. Door kleine beetjes rauw voedsel te geven op momenten dat hij geen eten verwacht, zorg je dat de maag het nieuwe voedsel accepteert en de kans krijgt om er zonder trauma aan te wennen.

Er zijn honden die in het begin niet goed weten wat ze met de botten aanmoeten. Je kunt ze helpen door de botten te bewerken met een hamer of bijltje - of het vlees aan het bot in te snijden. Is hij dan nog niet geïnteresseerd, kap je alles in stukjes die je uit de hand voert. Lukt dit ook niet, dan maal je alles en meng je een paar eetlepels ervan door de brokken. De meeste honden zijn al heel snel ervaren bottenkrakers.

In het begin geef je alleen botten met vlees, die gemakkelijk te verteren zijn. Als je bij je slager vraagt om botten voor je hond, komt hij waarschijnlijk aanzetten met uitgebeende koeienpoten waar hij het vlees al afgesneden heeft. Dit zijn geen geschikte botten voor honden die nog moeten wennen aan het verteren van botten. Op de eerste plaats omdat er geen vlees aan zit en op de tweede plaats omdat het dragende botten zijn. De structuur van deze botten is anders. Ze moeten het gewicht van het betreffende dier dragen en zijn hard.

Als je hond eenmaal gewend is aan de botten van gevogelte, kun je wel de gewrichten van deze dragende botten geven. Ook kun je de slager vragen om mergpijpjes op maat voor je te zagen. 2-4 cm lang, zodat de hond het merg er gemakkelijk uit kan lepelen. Zo voorkom je dat hij gekke toeren uithaalt om bij het merg te komen en het bot klem om de onderkaak komt te zitten.

Als je botten voert aan je hond, ziet zijn ontlasting er anders uit. Bottenpoep is steviger, kleiner en lichter van kleur dan brokkenpoep. 

Malen of niet?
Het is de bedoeling om de botten met vlees in zo groot mogelijke stukken aan de hond te geven:

Het eten is een goede bewegingsoefening voor alle spieren, vooral de spieren van de boven- en benedenkaak.
Door het schuren langs de botten en het vlees wordt het gebit gereinigd.
Grote stukken blijven langer in de maag, die hierdoor gedwongen wordt om meer enzymen te produceren - de vertering is efficiënter.
Een pup die aan een bot knaagt, voldoet hiermee aan zijn natuurlijke behoefte om te knauwen en te knagen zodat meubilair en schoenen veilig zijn.

Mensen die de botten met vlees malen, hebben redenen om dit te doen:

De botten zijn voor een al wat ouder dier dat geen tanden meer heeft.
De hond blijft grote stukken naar binnen werken, het is niet af te leren.
Er zijn medische redenen om het eten op deze manier te geven.
Het is voor pups, die nog niet bedreven genoeg zijn om alleen grote stukken te eten.
Hun eigen gemoedsrust - ze zijn bang dat de hond in de botten zal stikken (na een tijdje durft men dan wel hele botten met vlees te geven).

Malen of niet malen!
De keuze is aan jou… 

Hond wil geen rauwe botten met vlees eten

Wat je kan doen om je hond te overtuigen dat een bot met vlees eetbaar is:
Een paar minuten in kokend water zodat de buitenkant niet rauw meer is.
Opwarmen tot lichaamstemperatuur.
Parmezaanse kaas er over strooien of gemberpoeder, knoflookpoeder of iets anders dat de hond lekker vindt.
Inwrijven met gemalen pens, tomatenketchup, yoghurt, eigeel, ingeblikte sardien of iets anders dat de hond lekker vindt.
Het vlees insnijden zodat hij het beter kan pakken.
In kleine stukken kappen en uit je hand voeren.
Malen en beginnen om een beetje door het bekende eten te mengen.

De hond slikt grote stukken in
Bij honden begint de spijsvertering in de maag. Met zijn tanden trekt, scheurt, knipt en bewerkt hij stukken vlees van het bot tot ze klein genoeg zijn om doorgeslikt te worden. Ook het bot zelf wordt gekraakt, verbrijzeld en geknipt tot stukjes, die klein genoeg zijn om naar binnen te glijden. Het speeksel dient als glijmiddel.

Sommige honden slikken te grote stukken in. Deze komen na een tijdje weer naar buiten en worden dan verder verkleind tot ze wel geaccepteerd worden door de maag. Dit kan een angstaanjagende ervaring zijn als je dit nog nooit hebt meegemaakt.

Er zijn ook honden die alles naar binnen schrokken. Ze slikken zulke grote stukken door, dat ze een gevaar vormen voor zichzelf. De stukken kunnen klem gaan zitten in de slokdarm, waardoor hij niet meer kan ademen.

Je moet je hond helpen als je merkt dat hij niet weet hoe hij een bot met vlees moet eten. Dit kan op twee manieren:

Je maakt de stukken zo klein, dat ze zonder problemen in de maag belanden en verteerd kunnen worden - of zo groot, dat hij er mee aan het werk moet om ze te verkleinen.
Je voert het bot met vlees uit je hand, zodat hij er alleen kleine stukken af kan bijten. Meestal valt het kwartje binnen een week en is het daarna niet meer nodig. Wel oppassen, dat je hand niet gezien wordt als iets om een stuk af te bijten!

Stukjes bot in de ontlasting
Als er stukjes bot in de ontlasting zitten, kan het volgende aan de hand zijn:

Het bot was te hard.
De hond heeft problemen met de vertering van botten.

Je kunt beter zachtere botten geven, die gemakkelijker te verteren zijn of tijdelijk overschakelen op gemalen botten met vlees, waar je verteringsenzymen doorheen gemengd hebt. Je laat de enzymen 15-20 minuten inwerken.

Na een week probeer je of hij in stukjes gekapte botten met vlees kan verteren. Gaat dit goed, dan maak je de stukken langzaam en geleidelijk groter tot hij alle bot goed kan verteren. Heb geduld en geef je hond de kans om zich aan te passen.

Je geeft geen harde botten tot zijn spijsvertering helemaal ingesteld is op het verteren van rauw voedsel. 

Braken met stukjes bot erin
Een hond die niet gewend is om botten te eten, braakt soms stukken bot uit met wat slijm erbij. Daarna wordt het in kleinere stukken geknipt en weer opgegeten. Soms laat hij het liggen. Dit is niet iets om ongerust over te zijn. Ook ervaren botteneters braken soms kleine stukjes bot uit, die ze niet kunnen verteren.

Als er ook onverteerde stukjes bot in de ontlasting zitten, stap je over op de procedure die ook aanbevolen wordt bij 'Stukjes bot in de ontlasting'.

Als je kippenvleugels gevoerd hebt als eerste kennismaking met rauw eten en deze weer opgebraakt worden en blijven liggen, geef je ze voorlopig niet meer. Het zijn dragende botten ook al heeft de kip er nooit mee gevlogen… Stap over op nekken of ruggen, die door praktisch alle honden goed verdragen worden.

Als je hond altijd botstukjes van een bepaald dier of een bepaald deel van een dier uitbraakt, kan dit een aanwijzing zijn dat hij dit dier of dit deel van het dier niet kan verdragen. Geef het voorlopig niet meer en probeer het over een maand nog eens.

De botten met vlees van schapen en kippen kunnen nogal vet zijn. Sommige honden verdragen dit niet. Er zijn honden die pancreatitis (ontstoken alvleesklier) krijgen na het eten van rauwe botten met vlees en veel vet. Meestal zijn het oudere honden die te dik zijn en hun hele leven brokken gegeten hebben.

Een hond kan aanleg hebben voor pancreatitis als:
Hij het in het verleden al eens gehad heeft.
Hij tot een ras of bloedlijn behoort met een genetische aanleg ervoor, zoals bijv. Shelties.
Hij van middelbare leeftijd is en te dik.

Dan kun je beter alleen magere botten met vlees geven en alle overtollige vet van vooral kippennekken en schapenbotten wegsnijden.

Veel minder ontlasting en het is wit
Een hond die rauwe voeding eet, produceert veel minder ontlasting. Het eten wordt beter verteerd en opgenomen door het lichaam. Er komt veel minder afval naar buiten. De witte kleur komt door de botten.

Als de ontlasting altijd wit gekleurd en droog en korrelig is, voer je te veel botten. Vaak zie je dat de hond moeite heeft om de ontlasting naar buiten te persen. Af en toe kan dit geen kwaad, want dit is goed om de anaalklieren leeg te maken.

Toch kun je beter meer vlees geven - of minder bot. Als je hond alleen maar kalkpoep produceert, is dit een teken dat hij echt veel te veel bot en te weinig vlees binnen krijgt. 

Samenvatting
Geef NOOIT gekookte botten.

Geef NOOIT kale botten.

Geef bij voorkeur botten van jonge dieren.

In het begin geef je niet te veel bot, liever iets meer vlees dan bot.

Daarna is alles tussen 25% bot/75% vlees en 75% bot/25% goed. Een stuk rundvlees van 750 gram en 250 gram uitgebeende kippenbotten. Of 200 gram geitenvlees met een kalkoenkarkas van 800 gram waar nog wat vlees aanzit enz.

Na de omschakeling kun je ook eerst het vlees geven of een groentemix met veel vlees en daarna de botten waar bijna geen vlees meer aan zit.

In het begin haal je de waterbak weg na het eten, vooral als je hond gewend is om veel te drinken na het eten. Het water loopt door de plooien in de maagwand meteen naar de darmen. Stukjes onverteerd bot kunnen per ongeluk meespoelen. Als je hond alleen zijn bek spoelt na het eten, kun je het water laten staan.

In het begin geef je geen dragende botten van dieren zoals vleugels en poten.

Je zorgt dat de botten zo groot zijn, dat de hond er stukken af moet kraken. Of zo
klein zijn, dat ze veilig naar de maag kunnen glijden.

Blijf in de buurt als je hond een bot eet, zodat je meteen de Heimlich greep kunt toepassen als het vast blijft zitten in de slokdarm.

De Heimlich Manoeuvre

Je gaat achter de hond staan en klemt je armen of handen op de laatste rib en de buik. Een kleine hond kun je op je dijbenen leggen met zijn hoofd en hals over je knieën naar beneden. Je drukt de buik naar binnen met een aantal snelle bewegingen. Daardoor schiet de lucht met kracht uit de longen en het botje uit de slokdarm. Dit wordt ook gedaan bij mensen, die zich hebben verslikt in iets. Schiet het botje niet los, ga dan zo snel mogelijk naar de dierenarts.

Oefen deze beweging met je hond, zodat je precies weet wat je moet doen voor het geval het echt gebeurt en je een paniekaanval krijgt.

Samenstelling en indeling van botten
Botten dienen om het lichaam vorm en steun te geven en om belangrijke organen (hersenen, ruggenmerg, hart en longen) te beschermen.

Om het bot zit het beenvlies, van waaruit bloedvaten en zenuwen het been binnendringen.

Als we een bot van binnen bekijken, kunnen we onderscheid maken tussen massief bot en sponsachtig bot. Massief bot bestaat alleen uit botcellen en celtussenstof. In sponsachtig bot liggen de botcellen in dunne plaatsje gerangschikt, die elkaar kruisen. Hierdoor ontstaan holtes, die opgevuld zijn met rood beenmerg, waarin de aanmaak van bloedcellen plaatsvindt.

Botweefsel bestaat uit beencellen en heel veel celtussenstof, die door de beencellen wordt geproduceerd. Celtussenstof bestaat uit eiwitvezels, vooral collagene en elastine vezels, waartegen hydroxy-apatiet is afgezet. Belangrijke bestanddelen hiervan zijn kalk en fosfor. Bij zoogdieren bestaat het botweefsel voor 60-70% uit kalk en fosfor, bij vogels is dat 80-85%. In de celtussenstof zitten ook andere zouten zoals natrium, magnesium, kalium en fluor.

Er zijn vier soorten botten:
Holle beenderen of pijpbeenderen. Massief bot met een centrale holte die opgevuld is met beenmerg. Bij opgroeiende dieren is het merg rood. Bij volgroeide dieren is het geel. Het is dan een vetreserve, die gebruikt wordt in voedselarme periodes. Dit zijn de botten van de voorpoten en achterpoten.
Platte beenderen bestaan bijna helemaal uit sponsachtig been met rood beenmerg. Ribben, borstbeen, schouderblad, bekken, wervels.
Korte beenderen met alleen massief botweefsel. Kootbeentjes en hoefbeentjes.
Schedelbeenderen met bijna alleen beenplaatjes, waartussen zich lege holtes bevinden.

Voor de hond zijn botten een leverancier van kalk, fosfor en andere mineralen zoals natrium, magnesium, kalium en fluor.

Bron: Drs. Robert van der Molen - Elementaire kynologische kennis.

Samenstelling van hele dieren

De samenstelling van de schapen die Mogens Eliasen heeft verwerkt:
15% botten (inclusief hoeven en schedel)
20% vet
10% huid en pezen
35% spiervlees
15% organen, inclusief longen en strot
5% inhoud van maag en darmen
Ze liggen dicht in de buurt van 1/3, 1/3, 1/3 - de verdeling van zijn balans.
Bron: Mogens Eliasen - Natuurlijke voeding voor honden.

Samenstellingen van hele dieren die geschikt zijn voor katten:

Percentage of common prey

Bones in chicken parts

Wat is een karkas
Een karkas is niet hetzelfde als een heel dier. Een karkas komt overeen met wat volgens de EU richtlijnen gedefinieerd wordt als slachtgewicht. Hierbij de twee definities, de een wat nauwkeuriger dan de andere.

Het karkas is wat er van een geslacht dier overblijft:
na het uitbloeden,
villen en
verwijderen van de ingewanden, de kop, het onderste stuk van de poten en pens, hart, longen, lever en slokdarm.

Bron: Handboek voor de slager

Het slachtgewicht is het koud gewicht van het lichaam van het geslachte dier na:
het uitbloeden,
het villen en
het ontdoen van de ingewanden en na verwijdering van de kop (bij de bovenste halswervel (atlaswervel), de poten (bij het voorknie- resp. spronggewricht), de staart (tussen de zesde en de zevende staartwervel), de uier en de geslachtsorganen.

Nieren en niervet worden niet verwijderd en zijn onderdeel van het uitgeslachte karkas.
Bron: europa.eu.int

De samenstelling van een karkas of uitgeslacht dier en het afval kan variëren. Hierbij twee voorbeelden van runderen uit Suriname.

Ras Blauwwit ras Hereford
    
Levend gewicht 447.5 kg 699.0 kg
Karkasgewicht 297.6 kg 422.0 kg
Percentage karkas 66.5% 60,4 %
Vet 8.7% 40,6 %
Been 11.9% 10,7 %
Vlees 79.4% 48,7 %

Bron: Veeteeltgids voor Suriname, 1995

Als je een heel dier voert, voer je alles van het dier, inclusief vel en vacht, kop, organen, poten, ingewanden, darmen, uiers enz. zoals Ian Billinghurst in 1993 al schreef in Give Your Dog a Bone: "Een heel konijn is natuurlijke, complete voeding voor de hond. Alles wat hij nodig heeft, ook essentiële vetzuren, zit er in. Wij geven hele konijnen aan onze honden, met en zonder vacht. Onze honden zijn vooral dol op de koppen, die een goede voedingswaarde hebben door de ogen en de hersenen."

Tom Lonsdale schrijft in Work Wonders, 2005, over karkassen maar bedoelt daar hele dieren mee.


Copyrights Van Vlerkensteyn 1996-2008